De Vierdaagse en zijn feesten
4 Days Marches

 

In juli 1907 kwam de NBvLO met het idee van luitenant C. Viehoff om in vier dagen, via diverse parkoersen, naar de sportdagen in Breda te marcheren.
Zo startten er daags na Koninginnedag (destijds nog op 31 augustus), op woensdag 1 september, 306 deelnemers vanuit een tiental kazernes voor de ongeveer 150 kilometer die van garnizoen naar garnizoen afgelegd moesten worden. Ook deden er tien burgers mee. In 1910 beperkte de Bond zijn vierdaagse wandelactiviteit tot één route vanuit Arnhem over Doesburg, Zutphen en Apeldoorn.
   
Het belang dat de overheid hechtte aan de geleverde prestaties was al gebleken uit de erkenning van het Ereteken voor getoonde marsvaardigheid (het Vierdaagsekruis) van militairen door Koningin Wilhelmina in oktober 1909.
Naast Nijmegen waren het uitgangspunt of centrum van de Vierdaagse, Utrecht (1911), Nieuw-Millingen (1916), Den Bosch (1918), Amersfoort (1919) en Breda (1924).
In 1925 haalde Nijmegen definitief de Vierdaagse binnen haar muren.
Terwijl het aantal burgers geleidelijk steeg, duurde het tot 1919 voordat de eerste vrouw met succes de Vierdaagse voltooide.

Toch duurde het nog tot 1928 voordat de eerste wandelsportvereniging werd opgericht (de Rotterdamse Wandelsport Vereeniging).

 

  De Olympische Spelen van Amsterdam in datzelfde jaar was voor marsleider Jhr.  mar J.W. Schorer aanleiding ook buitenlandse delegaties uit te nodigen voor de Vierdaagse, zodat Duitsland, Frankrijk, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk naar Nijmegen kwamen.  

 


Dankzij de inspanningen van de Koloniale Reserve in Nijmegen groeide in de jaren dertig de vermaardheid van de Vierdaagse, waarbij de nasimaaltijd die de koks serveerden, zeer geliefd geworden was.
In 1932 componeerde H.A. van Mechelen met een tekst van J.P.J.H Clinge Doornbosch het Vierdaagselied.

 

 


Ondanks het verwoestende bombardement van 22 februari 1944, nam Nijmegen de uitdaging aan om ook de Vierdaagse te laten herrijzen. Dankzij een geldinzameling onder de bevolking en de inzet van veel vrijwilligers lukte dat, want er waren in 1946 zelfs meer deelnemers dan ooit tevoren. Maar de littekens van de oorlog bleven nog lang pijnlijk in beeld.
Ondanks dat in 1954 in Apeldoorn de vierdaagse wandeltochten van de Nederlandse Wandelsport Bond startte, werd de ontwikkelingen in Nijmegen niet geremd en na enige decennia is er plaats voor beide: Apeldoorn ging naar de tweede dinsdag in juli, Nijmegen start voortaan op de derde dinsdag.
 

 

 

De komst van steeds meer deelnemers uit landen van over de gehele wereld leidde ertoe dat de Vlaggenparade van de binnenplaats van de Prins Hendrikkazerne, via het Molenveld en de Wedren naar het Goffertstadion verhuisde en de Bond het predicaat ‘Koninklijke’ (1958) verdiende.
Inmiddels hadden, onder de marsleiders Tonnie van Dongen en Chris Bos, meer dan honderd landen deelnemers in de Vierdaagse gehad en na 1989 vooral vanuit Oost-Europa.
 

 

 

De steun van de Gemeente Nijmegen, het Ministerie van Defensie, sponsors en vrijwilligers van Rode Kruis tot bureaulist was en is daarbij steeds onontbeerlijk.
Toen in de scholen de extra ruimte, die de kazernes niet voldoende konden bieden, ook te krap was geworden voor de (militaire) deelnemers, werd ruim 25 jaar geleden op Heumensoord een locatie gevonden die aan zesduizend soldaten onderdak en slaapgelegenheid biedt. In een dorp in een bos is alles aanwezig, van bed tot biertent (71.000 liter bier)  en van van eettent (voor 38.000 maaltijden)  tot toiletten.

Daarnaast logeren burgers vaak jarenlang bij hetzelfde gastgezin, dat er een eer in stelt zijn gasten een heerlijke Vierdaagseweek te bezorgen.
Toch bleek al die slaapruimte niet voldoende, zodat de laatste jaren ook diverse sportvelden tijdelijk als vierdaagsecamping ingericht worden.

Ook langs de kant van het parkoers wordt van alles geregeld, zoals tuinslangdouches tot mobiel toilet en van appeltjes voor de dorst tot toiletservice.

Naast de Vierdaagse ontstonden in 1970 de zomerfeesten, doordat de Nijmeegse fotohandelaar Nico Grijpink in 1969 constateerde dat de stad Nijmegen de deelnemers aan de Vierdaagse eigenlijk helemaal niets te bieden had. 
Het begon allemaal met een paar feestelijke kraampjes op straat en om nog wat extra muziek te genereren werden de muziekkorpsen uit de Vierdaagse ‘omgekocht’ om na de finish nog een extra rondje door de stad te maken.
 

 

 

Ook het bestuur van de Vierdaagse was enthousiast geworden, waardoor de Vierdaagsefeesten inmiddels één van de grootste, gratis toegankelijke, meerdaagse (binnen)-stadsevenementen van Europa zijn geworden, zodat tegenwoordig de feesten en de wandelmars twee fenomenen zijn die elkaar steeds meer versterken.

Zelfs de Vierdaagseroute werd aangepast en op de tweede wandeldag trekken de wandelaars voortaan door Nijmeegse binnenstad.

 

 


Om de militaire wandelaars uit het Heumensoord naar de stad te krijgen rijden de hele week gratis pendelbussen. Samen met de andere wandelaars, de duizenden toeristen, soms ondanks het bij tijd en wijle slechte weer, werd het centrum van Nijmegen steeds meer één grote feestende menigte, want de Vierdaagsefeesten worden elk jaar drukker, waardoor de organisatie naarstig op zoek is gegaan naar maatregelen om de publieksstromen te kunnen beheersen, want de veiligheid van de steeds groeiende massa  moest voorop staan.
Zo kwamen er in de loop van de jaren bewegwijzeringssystemen van en naar de belangrijkste locaties en het station. Ook worden er politiehelikopters en camera’s ingezet om de publieksstromen te monitoren en op straat worden er per dag 125 politieagenten ingeschakeld voor verkeersregulering en toezicht.

Ook verschenen er lichtkranten die aangeven of er op een bepaalde locatie nog ruimte is en tijdens De Waal in Vlammen worden city guides ingezet, aangestuurd door de politie, die het publiek naar de gemakkelijkste doorgangen verwijzen. Bij topdrukte op de Waalkade kan een groot videoscherm bovendien uitkomst bieden.
Ook wordt de stad in kleurenzones opgedeeld, dat een groot succes is geworden.

 

 

Het vuurwerkspektakel ‘De Waal In Vlammen’ werd in 1971 geïntroduceerd en zal tot op de dag van vandaag onlosmakelijk aan de feesten verbonden zijn.

Plein’44 en de Grote Markt zijn de locaties waar het aanvankelijk allemaal begon, de Waalkade kwam later in beeld en het Gevelconcert verhuisde vanuit de Molenstraat naar de Grote Markt, waarbij de gezamenlijke dweilorkesten acte de présence geven en dat uit is gegroeid tot een onverbiddelijke topper, waarbij heel Nijmegen uit volle borst meezingt met het smartlappenrepertoire dat wordt opgediend, met "Al mot ik krupe" het Nimweegs volkslied, als grote klapper.

In 1985 werd het Valkhof als vermaakcentra aan de feesten toegevoegd. Het park, met een alternatieve programmering, is bedoeld als rustpunt binnen het bruisend feestgewoel van de binnenstad. Het was meteen een groot succes. Het afwijkend programma met de geheel eigen sfeer is duidelijk een onderdeel dat iets toevoegt.

 

 

In 1993 wordt in de St. Stevenskerk het project ‘Kunst in de Kerk’ gelanceerd, dat het publiek een rustpunt moet bieden te midden van het feestgewoel. Jonge Nederlandse kunstenaars worden uitgenodigd hier te exposeren en zal in de jaren die volgen uitgroeien tot ‘Muziek en Kunst in de Kerk’, een unieke combinatie van kunst, concerten en bloemversieringen, dat door de bezoekers alom wordt geprezen.

Meerdere onderzoeken wijzen uit, dat er in de derde week van juli in Nijmegen een fantastisch feest staat dat in Nederland zijn gelijke niet kent en dat binnen de beperkende mogelijkheden die er zijn, langzamerhand volledig en in detail is uitgebouwd.

Met één miljoen of meer bezoekers heeft Nijmegen al  vijf jaar op rij het drukst bezochte evenement van Nederland.

Er zijn meer dan 250 cafés en restaurants en die hebben op 150 terrassen zo'n twintigduizend terrasstoelen staan. Daarnaast zijn er 30 muziekpodia en tienduizenden hamburgers en loempia’s verdwijnen in even zovele magen, weggespoeld met duizenden liters drank.
 Nijmegen is in die Vierdaagseweek één groot openluchttheater.