Berg en Dal

 

 
 

Centraal gelegen in het Rijk van Nijmegen ligt het heuvelachtige Berg en Dal, met in de directe omgeving de stuwwal met de eeuwenoude bossen.

Van de naam "Berg en Dal" is niet precies bekend wanneer en hoe zij ontstaan is. Rond 1750 komt de naam  "Berg en Dal", dat deels behoort tot de gemeente Groesbeek en deels tot de gemeente Ubbergen, voor het eerst voor in de waardepapieren van de stad Nijmegen.  Het was een gebied dat vroeger omgeven was door heidevelden met hier en daar een keuterboerderij.
Het grootste gedeelte van het dorp ligt in de gemeente Groesbeek. Bij de gemeentegrensherziening van 1 januari 1915 is de hele "Kwakkenbergweg" naar Nijmegen gegaan.

 
 

Later werd de mooie omgeving van Berg en Dal en Beek ontdekt door de welgestelde bevolking uit Nijmegen. 

Door de opening in 1868  van het internationaal bekende hotel "Groot Berg en Dal" kwam het toerisme in een versneld tempo op gang.
Dit hotel werd gesloopt in 1971; er staat nu met dezelfde naam het Service Appartementen Complex “Groot Berg en Dal”. 
Hier heeft men een schitterend uitzicht over de Ooijpolder en richting Beek.

 

 


Toen in 1891 Berg en Dal door de aanleg van de stoomtramlijn Nijmegen-Berg en Dal ontsloten werd, werd het heuveldorp vanaf dat moment door alle lagen van de bevolking ontdekt als vakantieoord en kreeg het een nog grotere  bekendheid.

 

 


Het toerisme is sinds die tijd de belangrijkste economische pijler van het dorp gebleven, waardoor er veel nevenactiviteiten ontstonden zoals stalhouderijen, autoverhuurbedrijven, hotels, restaurants etc.

Ook werden er in Berg en Dal en omgeving in die tijd veel villa’s gebouwd, waarvan enkele opgetrokken zijn in chaletstijl. In sommige villa's vestigden zich kloostergemeenschappen.

Aan de zuidkant van Berg en Dal ligt het golvend en half open landschap van Meerwijk, Holdeurn en Nederrijk en ligt daar de bekende Zeveheuvelenweg richting Groesbeek.