Beek-Ubbergen

 

 
 

Aan de ene kant een stuwwal met zijn heuvels, die uit de ijstijd stamt (zo’n 150.000 jaar geleden), met de daarbij horende schitterende panorama’s aan de andere kant van de Ooijpolder en het rivierenlandschap. Twee totaal verschillende landschappen in één gemeente maken deze omgeving wel erg bijzonder.
We hebben het hier over de gemeente Ubbergen, die ten oosten van Nijmegen ligt en in het zuidoosten aan Duitsland grenst.

De gemeente Ubbergen bestaat uit de dorpen Beek en een deel van Berg en Dal die gedrieën op die stuwwal liggen en vervolgens de dorpen Ooij, Leuth, Erlecom en Kekerdom, die lager in die unieke Ooijpolder met zijn akkers en weilanden liggen (zie ook de Ooijpolder).            

 

 

De dalen in Beek-Ubbergen zijn ontstaan toen het ijs zich ging terugtrekken en het smeltwater groeven in de wal schuurde. Zo ontstonden er ook beekdalen. Vervolgens schuurde de wind de nog kale heuvels glad, waardoor er een plateau ontstond. De laatste ijstijd, zo’n 100.000 jaar geleden, was iets minder koud, waardoor het ijs Nederland niet bereikte. Toch was het wel koud genoeg, waardoor grote delen van het aardoppervlak onbegroeid bleven. De wind kreeg opnieuw vrij spel en vlakte de heuvels verder af, zodat de dalen verder opgevuld werden met dekzand en fijner löss.
 

 

 

De tot een woeste stroom aangezwollen Rijn beukte net zo lang tegen de oostzijde van de stuwwal aan, totdat deze ter hoogste van de huidige Over-Betuwe brak. In de loop van duizenden jaren vormde deze een kilometers brede doorgang, gezien er steeds meer van de stuwwalresten werd afgeknaagd.

Uiteindelijk is van deze stuwwal de Veluwe en de heuvelrug tussen Nijmegen en Kleef over gebleven.
 

 

 

De stuwwal in Beek-Ubbergen bestaat vooral uit met bossen begroeide heuvels, die soms tot een hoogte van 90 meter boven NAP reiken.
Hier kon de mens zich al vroeg gemakkelijk vestigen, omdat men hier droge voeten hield en de bodem het vrij gemakkelijk te bewerken was. Op het Kops Plateau zijn resten gevonden, dat er op duidt dat 4000 jaar geleden hier al mensen woonden.
Ook uit de IJzertijd, 2500 jaar geleden, hebben archeologen nederzettingsresten gevonden op de oeverwal van Kekerdom en Leuth en op het rivierduin in Beek.

 

 

In de Romeinse tijd raakten ook de stuifzandrug van Persingen en de stuwwal ter hoogte van Ubbergen bewoond. Het gebied van het huidige Ubbergen lag tegen de grens van het Romeinse Rijk aan, die gevormd werd door de Rijn. Hier bouwden de Romeinen versterkingen en legden ze wegen aan die de westelijker gelegen legerplaatsen op het Kops Plateau, Hunnerberg en de burgerlijke nederzettingen Oppidum Batavorum met andere steden en kampementen moest verbinden. De huidige Oude Kleefsebaan was een deel van de Romeinse Heerbaan en waarschijnlijk liep er ook een weg van Leuth, Kekerdom in de richting van Millingen en verder naar Xanten en Keulen in Duitsland.
Van een secundaire weg is bij de Rijksstraatweg een mijlsteen gevonden, die in het museum Het Valkhof te zien is.
 

 

 

Omstreeks het jaar 400, toen de Germanen oprukten, verdwenen de Romeinen uit deze omgeving, waarna er enkele eeuwen een bestuurlijke chaos heerste.  Veel van het onder de overheersing in cultuur gebrachte land veranderde opnieuw in een wildernis.

Pas in de achtste eeuw  brak er een nieuwe periode van bewoning aan, die  tot op de dag van vandaag geen langdurige terugval meer heeft gekend.

Na de bouw van het Valkhof onder Karel de Grote, werd dit gebied vanuit Nijmegen bestuurd.
Gronden werden ontgonnen, verlaten nederzettingen werden opnieuw bewoond en bestaande werden uitgebreid.

 

 

In het centrale bosgebied van de stuwwal , het later Nederrijkswald ontstonden enkel landbouwgebieden, zoals bij de Watermeerwijk. Veel van die ontginningen werden ter hand genomen door ambtenaren, kloosters of personen die uit de omgeving een deel van het koninklijk domein als geschenk hadden ontvangen.

Rond het jaar 1000 werden er hier en daar enkele burchten gebouwd, zoals op de Duivelsberg en soms op een kunstmatige verhoging in de Watermeerwijk. 

In de eeuwen daarna verdween veel vee naar de polders en beperkte men zich op de heuvels tot de verbouw van graan. In het Nederrijkswald werd hout gekapt, maar gezien deze grond niet erg vruchtbaar was, werd er verder niets mee gedaan.
Uit die tijd hebben de regionale en lokale heersers niet veel sporen nagelaten, zodat er over de geschiedenis van de vroege Middeleeuwen weinig bekend is.

 

 

Toen in 1581 de Staten van Gelderland hun hertog Philips van Spanje de rug toe keerden, sloten zij zich aan bij de Republiek van de Verenigde Nederlanden.

De eerste jaren bleef het in deze omgeving nog onrustig en werd er nog regelmatig tussen de legers van de Staten-Generaal en de koning van Spanje gevochten. De omgeving was nog ten prooi van oorlog en brandstichting, waardoor o.a. de kerken van Beek en Ubbergen grotendeels verwoest werden. Kastelen werden zwaar beschadigd en kregen daarna nooit meer hun verdedigingsfunctie terug en werden later in het midden van de zeventiende eeuw verbouwd tot aderlijke buitenverblijven. In 1592, toen Nijmegen definitief bij de nieuwe republiek werd toegevoegd, keerde de rust weer en werd de protestantse kerk de heersende kerk.

 

 

Na de bouw van het Valkhof onder Karel de Grote, werd dit gebied vanuit Nijmegen bestuurd.
Gronden werden ontgonnen, verlaten nederzettingen werden opnieuw bewoond en bestaande werden uitgebreid.  

Inmiddels had de ongecontroleerde houtkap er voor gezorgd, dat aan de noordzijde van de huidige Oude Kleefsebaan het bos volledig verdwenen was.
Door de beweiding van de kapvelden met runderen en schapen kon het bos zich ook niet herstellen, waardoor het in heide veranderde. Daarom werden er vanaf het einde van de zestiende eeuw plantages van jonge eiken en beuken aangelegd. In het midden van de achttiende eeuw schakelde men over met het aanplanten van dennen en sparren, gezien die sneller groeiden, minder eisen aan de grond stelden en weinig last van vraat hadden.

In 1817 werden de dorpen Ubbergen, Beek, Berg en Dal, Ooij, Persingen, Erlecom, Leuth en Kekerdom samengevoegd tot de nieuwe gemeente Ubbergen.

Overigens is Ubbergen wel wat grond aan Nijmegen kwijtgeraakt ten behoefte van stedelijk vestingwerken.

In dit oostelijk achterland van Nijmegen werd een straatweg aangelegd, zodat dit gebied toegankelijk werd voor mensen met tijd en geld. Dit gebied met on-Nederlandse heuvels en zijn natuurschoon met prachtige vergezichten leenden zich uitsteken voor allerlei uitjes. Er werden landhuizen gebouwd en logementen geopend. Ook werd deze streek zeer populair bij landschapsschilders.

Door de aansluiting van Nijmegen op het landelijk spoorwegnet, halverwege de negentiende eeuw en door de groei van Nijmegen, vestigde men zich graag in deze omgeving.

Daarnaast ontstond er in Beek, door de aanwezigheid van schoon en zacht beekwater, een nieuwe bedrijfstak: de wasserij en blekerij.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rond 1900 was dit gebied een bekend vakantieoord geworden en verdienden vele bewoners een centje bij door van hun huis een pension te maken. Daarnaast was er een groei in het aantal hotels en ook projectontwikkelaars ontdekten dit gebied. Zo kocht de Haagse Exploitatiemaatschappij “Mooi Nederland” in 1909 o.a. de Sterrenberg en kwam er in 1912 een tramlijn die via het “Bergspoor” met vergezichten de afdaling naar van Berg en Dal naar Beek Maakte. 

De Duitse inval , doe o.a. bij Beek plaatsvond, maakte een einde aan het toerisme en wasindustrie en bij de bevrijding in 1944 werden er een aanzienlijk aantal monumentale panden verwoest.

 

 

 

 

Na de oorlog kwam alleen het dagtoerisme weer terug, gezien de buitenlandse vakanties steeds meer in trek kwamen. Het gevolg was dat hotels gesloten werden en soms een andere bestemming kregen. Het bergspoor werd in 1955 opgeheven en grote herenhuizen kwamen leeg te staan, waarvan sommigen ook een herbestemming kregen, zoals kantoren of appartementsgebouwen. Ook voor de wasbedrijven was het einde in zicht, gezien de wasmachine in vele huishoudens zijn intrede deed.  Gelukkig nam wel het toerisme steeds meer toe.

Met de wandelschoenen aan valt er nog genoeg te beleven in het veelzijdige Ubbergen. Ontdek de stuwwal aan de hand van de N70 Natuurwandelroute, die je voert over de heuvelrug met acht “bergen”, met namen als de Boterberg, Ravenberg, Sterrenberg en Duivelsberg.

Ook kun je in Beek en Ubbergen kennis maken met de vele monumentale villa’s van de welgestelde Nijmegenaren langs de Rijksstraatweg, de oude slingerende tolweg (een initiatief van G.J. Dommer van Polderveldt rond 1820) van Nijmegen naar Kleve in Duitsland.

In 2007 is Beek-Ubbergen verkozen tot het groenste dorp van Nederland en dat was zeker verdiend, gezien er hier verschillende natuurgebieden liggen. Zo dankt Beek zijn naam aan de beken die in de heuvelrug ontspringen. Door de overvloed aan helder water uit de bronnen, was Beek van de 19e tot ver in de 20e eeuw dus een dorp met zo’n tachtig  wasserijen voor de rijke burgerij van Nijmegen. Hiervan getuigen nog de witte wasboerderijtjes alsmede enkele spoelputten. Nu kun je hier nog kennis maken met “Water Werkt”, waarbij het natuurlijke bronwater bovengronds is gebracht in een netwerk van beken, zoals een waterrad tegenover het gemeentehuis, waterputten en een waterspeelplaats.

Op de hoogste top van de stuwwal ligt De Duivelsberg, een ruig en geheimzinnig stukje natuur. Het is het enige stukje Duits gebied, dat na de Tweede Wereldoorlog bij Nederland is blijven horen. Er zijn steile paden, soms met wat traptreden, die een boswandeling pittig maken. Dit gebied biedt ruimte aan een uitgebreide dieren- en plantenwereld met verschillende soorten uilen, buizerds, marters en hermelijnen. Opvallend is het grote aantal kastanjebomen dat hier door de Romeinen is geïntroduceerd om hun menu “op te leuken”. Overigens zijn er in dit hele gebied allerlei sporen van de Romeinen  te vinden. Er zijn in Berg en Dal duidelijke sporen van een groot watersysteem gevonden, om de oudste stad van Nederland, Noviomagum, van drinkwater te voorzien en in het landschap zijn een aantal kleiputten voor de Romeinse dakpannenindustrie gevonden.