Weetjes

 

 
 

Eindeloos puzzelen met Romeinse fresco's (Bron: De Gelderlander, 4 december 2007)

Een opmerkelijke archeologische vondst in Nijmegen: Romeinse muurschilderingen. Archeologe Lara Laken probeert de immense chaos van duizenden stukjes muur weer te ordenen.

Het lijkt onbegonnen werk: duizenden stukjes beschilderd pleisterwerk aan elkaar plakken zodat een afbeelding ontstaat uit de Romeinse tijd. Archeologe Lara Laken doet niets liever. Ze is gespecialiseerd in dit soort klussen en door Nijmegen ingehuurd om een paar dagen in de week te gaan puzzelen. Ze is nu een jaar bezig. En eigenlijk moet ze nog zo'n 300 kratten met scherven uitzoeken, maar ze heeft nog slechts een paar maanden. Dan loopt haar contract af.
Lara betwijfeld of ze de klus helemaal af kan ronden. "Het is puzzelen", geeft ze toe. Gekleurde stukjes pleisterwerk bij elkaar zoeken en zo ordenen dat er een afbeelding ontstaat.
De vondsten zijn vorig jaar gedaan op de Josephhof in Nijmegen nabij het Kelfkensbos. De vondsten bestaan niet alleen uit beschilderde stukken muur – fresco's – maar er is ook verrassend een Romeins gezichtsmasker gevonden, een bijl, een lans, een lamp uit de Romeinse tijd, scherven serviesgoed, een deel van een slot dat mogelijk op een deur of een luik naar een kelder heeft gezeten van het Romeinse huis.

De Josephhof is een rijke vindplaats gebleken dat veel materiaal heeft opgeleverd. Er is zelfs graffiti uit de Romeinse tijd aangetroffen op de muurschilderingen.
"Op die plek hebben zeer lange huizen gestaan uit de tijd van de Bataafse Opstand van 69 na Chr. De huizen liepen van de Burchtstraat helemaal naar achteren naar de Derde Walstraat. Dit huis is tijdens de Opstand verwoest", zegt Roel Hoek van het Bureau Archeologie. Hij is één van de archeologen die nauw betrokken is geweest bij de opgravingen van 2005/06.
Het huis dateert van rond het begin van de jaartelling en maakte deel uit van de Romeinse nederzetting Oppidum Batavorum. Deze is in 69 na Chr. door brand verwoest tijdens de Opstand.

De archeologen hebben daarvan duidelijke sporen gevonden. "Wat deze vondsten zo bijzonder maakt, is dat de muren tijdens de brand naar binnen zijn gevallen en in de kelderruimte terecht zijn gekomen", legt Roel Hoek uit.
Daarbij zijn de schilderingen aan de binnenzijden van de muren voor een groot deel bewaard gebleven. "Het is voor het eerst dat er zoveel muurschilderwerk is gevonden op één plek", zegt Lara Laken. "Vondsten van Romeinse muurschilderingen zijn op zich niet uniek in Nederland. Op een aantal plekken zijn brokstukken gevonden. Maar daarbij ging het altijd om een geringe hoeveelheid en kleine stukjes."
In Nijmegen zijn grote muurdelen te voorschijn gekomen. Dat maakt het bijzonder. "Daardoor kunnen we een goede reconstructie maken van het soort afbeeldingen de Romeinen op hun muren schilderden."
De muren tonen panelen in een okerkleur. De panelen lijken nog het meest op een geschilderde lambrisering. Tussen de panelen zijn zogeheten kandelabers geschilderd.
"Dat zijn afbeeldingen met wierookvaten, met gestileerde dierfiguren, soms werd de afbeelding bekroond met een godenfiguur en er zijn ook schilderingen bekend met de Hoorn des Overvloeds. Op de Nijmeegse fresco's zijn ook gestileerde dierenfiguren aangetroffen, zwanen met gespreide vleugels."

Bij haar onderzoek trof Lara een onverwachte opmerkelijke inscriptie aan op het pleisterwerk. Namelijk graffiti. Met een scherp voorwerp is in een deel van de muur de tekst Nonis Nonii gekrast. "Het is een familienaam die veel voorkwam bij de Romeinen."

Dat het muurwerk in brokstukken in het archeologisch depot van Nijmegen is ondergebracht, is vooral te danken aan de inventiviteit van de archeologen.
Complete muren verplaatsen kon niet en de opgravers werden gedwongen om een deadline te halen in verband met de nieuwbouw op de Josephhof.
"We bedachten een methode om zoveel mogelijk muurdelen veilig te stellen", vertelt Roel Hoek. "De achterkant van de muren zijn voor een groot deel weg geschraapt tot je bijna tegen het beschilderde pleisterwerk aanzat. Daar overheen hebben we ijzerdraad gespannen en er gips op gegoten."
Toen het gips was gehard, konden de stukken muur aan het ijzerdraad worden opgetild en in kisten afgevoerd naar het depot.

De overige vondsten in het Romeinse huis, wijzen op een militaire bewoning, volgens Roel Hoek. " Het kan bijna niet anders. Zo'n gezichtsmasker, een bijl en een lans. Misschien heeft de lamp, die we in de kelderruimte hebben gevonden, destijds de brand veroorzaakt die Oppidum Batavorum met de grond gelijk heeft gemaakt. "