Weetjes

 

 
 

De beul en de ter doodveroordeelden.

Het beroep van beul was in de Middeleeuwen niet altijd een pretje. Want o wee de beul die bij een terechtstelling onhandig te werk ging en zijn ĎpatiŽntí onnodig lijden bezorgde.   
Het toegestroomde volk was bij een terechtstelling vaak op de hand van de veroordeelde en de beul vijandig gezind.  Dat ondervond in 1579 de beul die een zekere Johan van Elswijck, een voorname burger, op het Valkhof moest onthoofden.  Hij hakte zo onhandig op de veroordeelde in, dat het volk hem te lijf wilde gaan. De radeloze beul sprong van het schavot en moest rennen voor zijn leven. De woedende menigte haalde hem op de Burchtstraat in en maakte hem met stenen en messen af.
Daarmee was hij de derde beul die binnen nog geen dertig jaar in Nijmegen werd doodgeslagen.
Nee, een aantrekkelijk baantje was het niet echt, maar het betaalde wel goed.

Overigens had de beul nog meer taken, dat wel merkwaardig te noemen is.  Hij was ook werkzaam als geneesheer en waren zijn patiŽnten vaak voormalige klanten van de pijnbank, maar ook  anderen deden vaak een beroep op hem, gezien hij beschikte over geheimzinnige, geneeskrachtige smeerseltjes, gemaakt van vet van de lijken. Verder had hij natuurlijk in zijn praktijk van martelen en terechtstellen een behoorlijke anatomische kennis opgedaan, die hem als chirurgijn goed van pas kwamen.