Weetjes

 

 
 

Openbaar vervoer

In 1889 verscheen de stoomtram in de Nijmeegse straten, die geëxploiteerd werd door de particuliere Nijmeegsche Tramweg Maatschappij. Tuffend, stinkend en gillend legde hij zijn traject af van Neerbosch, via de ‘dikke boom’ , Voorstadslaan en Spoorstraat naar het station. Vanaf hier tufte hij verder  naar de Nieuwe Markt, Hezelstraat, Burchtstraat, Hunnerpark, Ubbergseweg, om vervolgens te eindigen bij Hotel ’t Spijker in Beek.

In 1891 kwam er een verbinding met Berg en Dal met eindpunt Hotel Groot Berg en Dal en later, nog met de paardentram, richting St. Anna met eindpunt bij de Kastanjelaan, ongeveer ter hoogte van Kasteel Heijendael.

Al deze lijnen gingen in 1910 over in gemeentehanden.
Begin jaren vijftig verdween de tram uit beeld. De in 1913 geopende tramlijn Nijmegen Ubbergen-Beek-Berg en Dal was jarenlang populair door zijn befaamde bergspoor door ‘mooi Nederland’. 
Deze tramlijn naar Berg en Dal werd gekenmerkt door sterke hellingen en was ook de steilste tramlijn van Nederland. Tussen Beek en het eindpunt Berg en Dal moest de tram een groot hoogteverschil overbruggen,zodat hij daar een lus maakte om zich daarna zichzelf te kruizen via een viaduct.  Dit in 1912 gebouwde viaduct was een van de eerste gewapend betonnen constructies in Nederland.

Ook liep er in die jaren een open dubbeldekker richting de Plasmolen.  

Na de tram werden in er 1851 veertien trolleybussen besteld en de eerste lijn die in 1952 geopend werd was de verbinding Oude Molenweg-Station. Toch leverde een onderzoek uit dat de voordelen van de trolleys niet opwogen tegen die van de gewone dieselbus, zodat zestien jaar later op alle lijnen met gewone bussen gingen rijden. Op 29 maart  1969 reden de trolleybussen op de langst bestaande lijn 1 voor het laatst.